Cattery The Cute Cuddly Cats

Kattenziektes.

Hieronder volgt een beschrijving van de meest voorkomende erfelijke en besmettelijke kattenziekten. Dat zijn : Niesziekte, FIP, FeLV FIV (besmettelijke) en PKD HCM (erfelijk)

Hieronder staat een beschrijving van deze ziektes.

Hoofdpagina

Kittenpagina

Poezenpagina

Katerspagina

RAS informatie

Route

Foto album

Cattery info

Leuke kittenfoto`s

Links

FILM pagina

Herplaatsingen

Honden

 

 

 

 

 

 

 

Niesziekte is een besmettelijke ziekte. Niesziekte is de meest voorkomende infectieziekte bij de kat. Dit ondanks het feit dat katten tegen niesziekte kunnen worden ingeent. Ten eerste omdat niet iedereen zijn kat regelmatig laat enten. Ten tweede werkt de enting niet tegen alle varianten van de niesziekte (zoals de griepprik bij mensen ook niet garandeert dat je niet verkouden wordt of toch meestal een lichtere griep kunt krijgen.)
Het is een uiterst besmettelijke aandoening die alle slijmvliezen van het lichaam aantast en waar katten flink ziek van kunnen zijn. Niesziekte is een ziekte die door meerdere kiemen wordt veroorzaakt.
De belangrijkste zijn het calici virus, het rhinotracheitis virus en chlamydiae (een klein soort bacterie).
De ziekteverschijnselen die deze verwekkers veroorzaken lijken zo sterk op elkaar dat ze samengevat worden onder de noemer niesziekte. Vaak is er sprake van een menginfectie met meerdere ziektekiemen. De ziekte wordt verspreid door katten. De belangrijkste manier van verspreiding is via kleine vochtdruppeltjes beladen met ziektekiemen die een besmette kat door te niezen de lucht inblaast. Niesziekte tast de slijmvliezen van ogen, luchtwegen en het maag/darmstelsel aan. Besmette katten hebben ontstoken ogen, vieze neusuitvloeiing en soms zweertjes op de tong. Vaak gaat het geheel gepaard met diarree. Ze hebben koorts en laten hun eten en drinken staan en niezen of kwijlen vaak.
Dieren die niet drinken, kunnen binnen korte tijd uitdrogen. Ook zijn de aangetaste slijmvliezen van de luchtwegen een vruchtbare voedingsbodem voor allerlei andere kiemen, die onder andere longontstekingen kunnen veroorzaken. Vooral jonge dieren kunnen heel ziek zijn van een niesziekte infectie. Hun afweersysteem is nog niet volledig ontwikkeld en ze zijn vaak nog niet ingeënt. Toch is niesziekte - mits tijdig ontdekt - met een goede behandeling volledig te genezen. Zoals gezegd wordt niesziekte veroorzaakt door enkele virussen en vooral de chlamydia. Er bestaan nauwelijks medicijnen om de niesziektevirussen te bestrijden, voor de chlamydia bestaan die er wel. Dit betekent dat de behandeling er vooral uit bestaat bijkomende infecties te onderdrukken, uitdroging te bestrijden en eventueel de patiënt dwangvoedering te geven.

 

FeLV is een virus dat heel sterk aan de kat gebonden is en in de buitenwereld niet lang overleeft. Infectie gebeurt dan ook enkel door direct contact tussen katten onderling. Deze overdracht kan gebeuren via speeksel, urine, bloed, ontlasting, slijm of via de baarmoeder van een poes naar haar kittens. Na infectie treedt er eerst een virusvermeerdering op in de lymfeklieren van de keel. Vervolgens komt het virus in het bloed terecht en wordt getransporteerd naar het beenmerg (waar de aanmaak van zowel rode als witte bloedcellen plaatsvindt), waar opnieuw een virusvermeerdering plaatsvindt. Van hieruit kan FeLV zich naar allerlei andere organen verspreiden, zoals lever, nier, milt, oog, zenuwen ...en de speekselklier, van waaruit dan weer besmetting van nieuwe katten kan plaatsvinden.

Wat er klinisch met een besmette kat gebeurt, is afhankelijk van verschillende factoren waaronder de leeftijd van de kat en de toestand van zijn afweersysteem. Een groot deel van de katten is sterk genoeg om het virus te elimineren. Dit gebeurt meestal reeds in de keel, soms pas in het beenmerg. Hoeveel procent van de katten tot deze categorie behoort, is niet exact geweten, in elk geval is het zo dat het grootste deel van de gezonde volwassen katten een infectie de kop zal indrukken, terwijl geinfecteerde kittens bijna allemaal de ziekte zullen ontwikkelen. Als een kat onvoldoende afweer in zich heeft om de FeLV infectie te elimineren, is de kans groot dat hij vroeg of laat een van de zogenaamde ‘FeLV gerelateerde ziektes’ gaat ontwikkelen. Dit gebeurt meestal tussen enkele maanden en 3 jaar na infectie.

 

FIV staat voor Feline Imuundeficïentie Virus, in de volksmond ook wel kattenaids genoemd. Het virus wordt met name doorgegeven door het toebrengen van diepe bijtwonden door een met FIV-besmette kat.

Het FIV-virus is een zogenaamd lentivirus, wat betekent dat het een virus is wat zich langzaam vermenigvuldigd. Doordat het een lentivirus is, kan het jaren duren voordat je er achter komt dat je kat besmet is met FIV. De FIV nestelt zich in bepaalde witte bloedcellen waardoor deze niet meer goed kunnen funktioneren en daardoor wordt het immuunsysteen aangetast. Je hebt namelijk je witte bloedcellen nodig om bacterieen en virussen te bestrijden. Als er teveel witte bloedcellen zijn aangetast kan het lichaam van de kat de bacterieen en virussen niet goed meer bestrijden en wordt de kat dus vatbaarder voor allerlei infecties. Dit is vaak het punt waarop mensen naar de dierenarts gaan en de FIVtest gedaan wordt. Veel voorkomende klachten zijn : oorontsteking, tandvleesontsteking, diarree, vermagering, huidinfecties, opgezette lymfklieren. Hiernaast kunnen ook andere klachten optreden als gedragsveranderingen en bewegingsstoornissen. Ook tumoren worden bij FIVbesmette katten vaker gezien dan bij FIVvrije katten. Helaas wordt naast FIV ook nogal eens FeLV (leukemie) gezien, het is daarom verstandig om een FIVpositieve kat ook te laten testen op FeLV. Als je kat eenmaal besmet is met FIV kan je het FIVvirus op geen enkele manier meer bestrijden. Het enige wat je kunt doen is er zo goed mogelijk voor zorgen dat je kat geen infecties oploopt en trachten het proces wat af te remmen met medicatie als interferon. De kat zal nooit sterven aan de FIV zelf maar aan een infectie die hij niet meer kan bestrijden. Mocht je kat toch een infectie oplopen dan is het noodzaak deze zo snel en goed mogelijk te behandelen. Daarnaast is het verstandig er voor te zorgen dat de weerstand zo hoog mogelijk blijft door middel van goed voer, weinig stress, goede bestrijding van in-en uitwendige parasieten en eventueel voedingssupplementen of homeopatische middelen.

 

 

FIP De afkorting FIP staat voor Feline Infectieuze Peritonitis bedoeld. Daarmee wordt aangegeven dat het een infectieziekte van de kat is waarbij het buikvlies (peritoneum) ontstoken raakt.

FIP wordt veroorzaakt door een virus, het coronavirus. Het grootste deel van de katten wordt op jonge leeftijd al besmet met een coronavirus. Dit leidt bijna nooit tot ziekteverschijnselen. Bij een enkele kat verandert het coronavirus zichzelf in een kwaadaardige variant. Hoe dat komt is nog onbekend, wel is het zo dat katten met veel stress en/of een verminderde weerstand meer kans op FIP hebben. De afweer van de kat is daar niet op berekend en slaat op hol. Zo'n reactie leidt uiteindelijk tot het ontstaan FIP. Het duurt dan vaak lang voordat de kat echt ziek wordt. Uiteindelijk sterft het dier aan de gevolgen van de ziekte. Er bestaat nog geen behandeling voor FIP.

Een kat wordt met een coronavirus besmet door contact met andere katten die het virus bij zich dragen. Dat kan via mond of neus of via verontreinigde oppervlakken. De meeste schoonmaakmiddelen werken afdoende tegen het virus. Katten waarbij het virus zichzelf al veranderd heeft, geven dat virus niet door. Dat betekent dat katten met FIP niet besmettelijk zijn voor andere katten.
Ziektegevallen van FIP komen nogal eens voor in catteries of asiels of bij katten die daar vandaan komen. Een enkele keer komt het ook voor bij volwassen katten in een particulier huishouden.
Katten met FIP worden onderverdeeld in twee groepen, katten met de natte vorm en katten met de droge vorm. Wat ze gemeen hebben is dat de katten in eerste instantie wisselende klachten hebben: koorts, sloomheid en vermageren worden vaak genoemd. Dieren met de natte vorm krijgen veelal een dikke buik die met dradentrekkend vocht gevuld is. Bij dieren met de droge vorm is het veel moeilijker te zien. Soms vertonen ze hersenverschijnselen, maar vaak blijft het beperkt tot vage gezondheidsklachten.Er is op dit moment nog geen duidelijke test beschikbaar waarmee FIP kan worden aangetoond.Wel is het zo dat een verhoging van de zogenaamde titerwaarde kan duiden op een FIP ontwikkeling. Alleen bij dieren met de natte vorm van FIP kan de ziekte met zekerheid worden vastgesteld. Bij dieren met de droge vorm of dieren die in het beginstadium van de ziekte zitten, blijft het slechts bij een vermoeden. Wanneer het dier gestorven is kan alleen een patholoog vaststellen dat de kat FIP had.

 


PKD is een afkorting van Polycystic Kidney Disease. Dit is een erfelijke aandoening die bij katten voorkomt. Bij dieren die deze afwijking hebben, zijn in beide nieren meerdere cysten (=holtes met vloeistof) aanwezig. Kenmerkend is dat zowel het aantal cysten, als de omvang van de cysten toeneemt met de leeftijd.
Klachten ontstaan dan ook meestal pas op middelbare-oudere leeftijd. Dan pas zijn er zoveel cysten en zulke grote cysten dat het normale nierweefsel in zijn functie tekort gaat schieten. Er ontstaan dan symptomen als veel drinken en plassen, slecht eten, vermageren, braken.
Er zijn duidelijke verschillen tussen de rassen. Bij de Perzische kat komt PKD het meeste voor (naar schatting heeft in Nederland ongeveer 1/3 van de Perzen populatie deze aandoening). Maar ook bij rassen waar Perzen in zijn gefokt, zoals bijv. Britse Korthaar, komt PKD voor.
PKD erft dominant over. De meest betrouwbare test op dit moment is een echografisch onderzoek. De minimum leeftijd is 6 maanden. D.w.z., men kan wel eerder testen, maar bij een PKD negatieve uitslag, heeft dit nog beperkte waarde. Het onderzoek moet dan ook herhaald worden. Vanaf een leeftijd van 10 maanden is de betrouwbaarheid van een echo onderzoek ongeveer 95%. Een PKD onderzoek hoeft in principe niet herhaald te worden (tenzij de uitslag niet eenduidig is, of indien het dier jonger is dan 6 maanden).
Voor een betrouwbare PKD uitslag is het van essentieel belang dat dit onderzoek wordt uitgevoerd met een kwalitatief goed echo apparaat (om ook hele kleine cysten van bijv. 1 mm doorsnee te kunnen zien) én door een deskundig persoon met voldoende ervaring. In Nederland is afgesproken, dat dit onderzoek daarom alleen bij erkende specialisten veterinaire radiologie uitgevoerd dient te worden.

 


HCM is de afkorting voor Hypertrofische CardioMyopathie. Dit is een aandoening van de hartspier, die gekenmerkt wordt door het dikker worden van de hartspier. Deze aandoening kan zowel verkregen zijn (bijv. door een te hard werkende schildklier) maar ook erfelijk.
De erfelijke vorm van HCM leidt meestal al op jonge leeftijd tot problemen (<2 jaar), maar ook kennen we katten die een geleidelijker ziekteverloop hebben. Bij de erfelijke HCM zijn de spiervezels op microscopisch niveau afwijkend en functioneren niet normaal. Uiteindelijk leidt dit tot een gestoorde werking van het hart. Katten kunnen symptomen ontwikkelen als benauwdheid, slecht eten, vermageren en achterhandsverlamming, maar ook acute sterfte komt regelmatig voor.
Bij de Maine Coon is al redelijk wat onderzoek gedaan en hier lijkt HCM dominant over te erven. Of dit bij andere katten en bij alle Maine Coons zo is, weten we niet. Waarschijnlijk zijn er, in analogie naar de mens, meerdere genen die HCM kunnen veroorzaken.

HCM kan bij alle raskatten voorkomen. "Bekende rassen" zijn o.a. de Maine Coon, Brits Korthaar en Ragdoll. Echter ook bij andere rassen komt het voor, maar omdat daar vaak nog beperkt getest wordt en ook niet altijd sectie wordt gedaan, is hier nog weinig informatie over beschikbaar.
HCM kan opgespoord worden met een echografisch onderzoek. Als er geen aanwijzingen zijn voor HCM, spreekt men van een negatieve test. Niet alle dieren ontwikkelen HCM al op jonge leeftijd. Hoe ouder de kat is bij een test, des te meer waarde heeft een negatieve test. Het meest ideale zou daarom zijn om ouders, grootouders en overgrootouders te testen. Een negatieve test (normaalbeeld) is dus helaas geen garantie voor "HCM vrij" zijn.
Daarnaast moet zoveel mogelijk sectie gedaan worden bij katten die onverwachts overlijden. Op deze manier moet het mogelijk zijn om het voorkomen in bepaalde lijnen in kaart te brengen.